Rond 1800 stond er op deze plek maar één huis, het werd voor f 400,- verkocht. Smid Menze Bakker maakte er in 1870 twee woningen van, het ene verhuurde hij aan Thijs Tjeerds Jongeling en het andere aan Auke Theunis Faber, een winkelier. Hij verkoopt echter ook sterke drank en daarmee werd het gedeelte aan de weg een herbergje. Tot aan zijn dood blijft de drankvergunning bestaan. Zijn weduwe Johanna Huizenga (‘Hanne’) verkoopt winkelwaren, waaronder beroemde mosterd, maar blijft ook drank verkopen van 1890 tot 1905. Daarna is het gebeurd met dit kleine herbergje en gloort er een andere toekomst.
Rond 1926 begint Johannes Pieters Braaksma een enorme verbouwing aan de destijds bestaande twee huizen. Op een gegeven moment bestaat het gehele complex uit vier woningen-hokken. Jacob Dirks Bergema woonde er nog van 1941 tot 1952. Gooitzen Iedes Braaksma was van 1952 tot 1955 de laatste bewoner. Daarna bleef het pand, zo dicht aan de weg, leeg staan. Aldert Linthof werd ongeveer in 1960 de nieuwe eigenaar, maar hij woonde zelf in het huis erachter, rechts op de foto.
In 1990 werd het pand aan de weg nog opgenomen in de MIP, een inventarisatie van mogelijke monumenten uit de periode 1850-1940. Motivatie: sociaal economisch belang, cultuur-historisch belang.Tot een echt monument is het niet gekomen en niet lang daarna, Aldert Linthof overleed in 2001, is het woninkje afgebroken, net als de er achter liggende woning. Het heeft daarna even geduurd maar in 2003 kon bijgaande foto van de nieuwe woning gemaakt worden.